
EEN HALF JAAR ONDERWEG!
In april 2011 heb ik met de Vlieger Amsterdam verlaten en heb in
Dordrecht het schip laten stralen en antifouling
op het onderwaterschip laten aanbrengen. Gebunkerd en via Stellendam
het zoute water opgezocht; de laatste
voorbereidingen, het was wel veel allemaal; alles zeevast maken, toch
nog proberen een stuurpiloot te installeren
met mijn broer Bob. Dat laatste wilde niet lukken, veel
specialistische kennis van Bob, Jan Tel, en Ad Brand
brachten aan het licht dat de 2e hands gekochte installatie inkompleet was.
Een tochtje met schitterend weer over zee van Stellendam naar
Vlissingen zorgde ervoor dat ik ingewerkt raakte
met de GPS. Ik was er al in 2008 eens mee naar engeland gevaren, maar
had er daarna nooit meer mee gewerkt.
Samen met Jan Tel, een vriend die in zuid Frankrijk woont op zijn
zeilklipper ” De Dageraad” en vriendin Agnes
die het eerste stukje meevoer om me uit te zwaaien.
BEGINNERSPROBLEMEN
De vuurdoop kregen we direkt na het verlaten van Vlissingen; ZW 6 Bft
tegen en met stroom mee: stroom tegen wind
dus, dat moest –dacht ik- toch wel kunnen als je zo’n grote reis
gepland hebt! Nou, dat viel tegen: 100 m buiten
de sluis brak de hijskraan los en slingerde wild in het rond; de
sjorringen en ook de ketting van het draaimechanisme
waren gebroken. Korte golven van drie meter hoog kwamen over de boeg,
Mij kleine zeilbootje, de Laser was door die hijskraan van
het dak gezwiept en dreef midden in de Westerschelde. Ook in het
interieur ging niet alles goed, dat levert altijd
scherven op die niet altijd geluk brengen. Uiteindelijk was de
hijskraan weer vastgesjord en de laser op sleeptouw;
door de wind en de golven
ging hij ook nog ondersteboven, en ik sleepte hem op zijn kop en
achterstevoren aan het overloopje. We zijn uiterst voorzichtig
weer terug naar de haven gevaren: de loodsdienst Vlissingen verleende
goede diensten door alle zeeschepen uit
de buurt te houden en ze ver bij de Vlieger vandaan van loods te laten
wisselen. Jan Tel hield het daarna wel voor
gezien en ging weer naar het Canal de Midi waar de schepen niet zo schommelen.
OOSTENDE VOOR ANKER
Twee dagen later zijn Agnes en ik naar Oostende gevaren, bij Zeebrugge
nog een stop gemaakt omdat we te
veel wind, 7 BFt recht tegen kregen; maar zeewaardigheid was een stuk
beter en er zijn geen problemen meer geweest. Het
feestje “Oostende voor Anker” gaf ons de tijd om op adem te komen en
alle schilderijtjes en foto’s zeevast tegen de
wanden te kitten en ook het koffiezetapparaat werd definitief op het
aanrecht vastgeplakt met sicaflex.
Begin Juni aangekomen in Duinkerken, zijn Agnes en ik samen met
openbaar vervoer terug naar Amsterdam gegaan.
Via marktplaats had ik al gezocht naar een stuurpiloot, zeekaarten,
pilotboeken, broodbakmachine en radar, en
heb dat ook allemaal in twee dagen tijd verzameld! Roer en zwaard voor
het laserbootje, verloren gegaan tijdens
het Vlissingenavontuur, kreeg ik van Johan Stam. Door mijn dochter
Mara en haar vriend Sander werd ik per
auto met al mijn spullen weer afgeleverd in Duinkerken. En was ik voor
het eerst tijdens deze reis alleen aan
boord. Naar Boulogne gevaren waar ik de radar geinstalleerd heb, een
hele klus, en hij werkte niet!
Een paar dagen later bleek dat er een stekker niet goed kontakt
maakte; nu dus een radar!
EUROPESE KAMPIOENSCHAPPEN TE DOUARNENEZ
In de reisplanning opgenomen was dat ik in Douarnenez mee zou zeilen
met het EK laser. Dat was een nieuwe
ervaring, in een veld met bijna 90 boten wedstrijdzeilen, wel leuk
hoor, en ook de golven waren bijzonder;
die zijn er niet op het Kinselmeer. Er waren meer Doordrijvers en we
hebben op de Vlieger nog gezellige
BBQ gehouden met de gehele nederlandse afvaardiging: Mara en Sander
waren aan boord gekomen voor een
vakantietochtje en hielpen mee met alle voor- en toebereidingen. Na
afloop van de zeilwedstrijden zijn we naar
Finisterre, het puntje van Bretagne, gevaren en zijn voor anker gegaan
bij Ile de Sein, een heel klein eilandje
met een paar honderd bewoners.
GENDARME MARITIME
De restauranteigenaresse waar we aten nodigde ons uit om de volgende dag
mee te gaan voetvissen: schaaldieren zoeken, een favoriete bezigheid
van haar zoals van vele fransen. Grote
stenen omkeren en krabben, oorschelpen, chinese hoedjesschelpen en nog
veel meer hebben we gevonden. Met
opkomend tij gingen we weer terug en werden opgewacht door de gendarme
maritime, ongeveer zo’n zelfde
klub als de AID. Nou, het was goed fout, die oorschelpen mochten niet
gezocht worden; ze zijn zeldzaam en
dreigen uit te sterven, het zoekseizoen ging de volgende dag pas open
en alle exemplaren die ik had waren
kleiner dan voorgeschreven minimum maat. Ook de krabben waren te
klein, dat waren allemaal dingen die
die agenten wel wisten en ik niet ( de restauranteigenaresse was
wijselijk de ander kant opgelopen en had haar
buit weggegooid). Ze hebben me op de bon geslingerd en vertelden dat
de maximale boete 22.500 euro kon
bedragen; nu, vier maanden later heb ik gelukkig nog steeds niets
gehoord of gezien van die bekeuring...
RAZ DE SEIN
Onze volgende trajekt ging naar de bretonse zuidkust; over de Raz de
Sein, in almanakken wordt er ernstig
voor gewaarschuwd dat het een gevaarlijk stuk water kan zijn; nou,
terecht: we gingen een uurtje te laat om er
met de kentering te passeren en de wind draaide 90 graden zodat we hem
tegen kregen: wind tegen 7 knopen
getijstroom, weer grote golven; nou, het was geen kinderwerk daar, de
Vlieger leek wel een wastobbe, sjonge
wat slingerde dat! Met schrik maar zonder problemen zijn we in Quimper
aangekomen waar we letterlijk midden
in een kadefeest terechtkwamen met rommelmarkt muziek en veel
gezelligheid. Veel belangstelling van de
mensen daar en ik heb er verschillende rondleidingen over de Vlieger
gegeven; iedereen is zeer verbaasd dat er
zo’n mooie woning op een schip kan zijn! Mara en Sander zijn daar van
boord gegaan en ik ben doorgevaren
naar de Golf van Morbihan, een heel mooie binnenzee met heel veel
eilandjes en een paar stadjes ook. Na een
toeristisch bezoek aan de duizenden menhirs die hier een paar duizend
jaar geleden zijn opgericht ben ik liftend
terug naar boord gegaan.
BERNARD MOITESIER
De jonge man waarvan ik een lift kreeg vroeg me of ik belangstelling
had om het graf van Bernard Moitesier te zien.
Het was een verrassend aanbod, en hij voegde eraan toe dat het een
heel speciaal plekje was.
Hij ligt inderdaad een in heel bijzonder hoekje van de begraafplaats,
in tegenstelling tot alle andere graven geen
super afgewerkte grafsteen, maar een ruwe stuk rots met tekst tegen
een boom, het is versierd met veel
schelpenkettingen van zijn Tahitiaanse vrienden en wat nautische
attributen; hij heeft lang op Tahiti gewoond, ik meen dat hij getrouwd
was met een Tahitiaanse.
Ik herinner me een bezoek dat ik jaren geleden aan Jan Tel bracht in de
winter, bij Bordeaux: regen en wind is er daar, heel de winter lang.
!00 UUR VAREN
Als ik het slechte weer wilde ontvluchten
moest ik daar wel werk van maken. Ik plande om, alleen varend, veel
kleine stukjes af te leggen, maar al
varende bleek het veel praktischer om gewoon door te varen; iedere dag
zag ik een of twee schepen ergens aan
de horizon, dus veel aanvaringsgevaar was er niet. De stuurpiloot die
het domme werk van rechtuitvaren kan
doen heb ik nog niet geinstalleerd, dus iedere meter die er gevaren
wordt moet ik zelf sturen. Soms moet ik
ook slapen, dan zet ik de motor stil, navigatieverlichting aan en ga
een paar uur naar bed, wakker geworden,
motor starten en weer verder, niet zo moeilijk! Ankeren, wat zo-wie-zo
nutteloos is, is onmogelijk vanwege
de waterdiepte. In een ruk naar Bayonne gevaren, helemaal in de verste
hoek van de Golf van Biskaye. De
havenmeester deed lastig en ik mocht uitsluitend in de jachthaven
liggen: het kost me altijd omstreeks 50 euro om
met mijn grote schip in een jachthaven te liggen. Ik krijg daar
allemaal dingen voor aangeboden die ik niet
nodig heb: water, stroom, douches en hekken om veiligheid te suggeren.
Die nacht in overleg met die stramme
havenmeester aan een loswal blijven liggen en de volgende dag verder
naar de volgende stop in La Coruna.
Daar zo’n zelfde verhaal, ik mocht zelfs niet voor anker in een rustig
hoekje achter de golfbreker, maar moest op
de oceaan voor anker…. De volgende dag weer door; naar Finisterre,
ditmaal in Spanje. Daar een weekje voor
anker gelegen en aardige kontakten gehad met de pelgrims die de grand
randonnee gelopen hadden van Nederland,
of de frans-spaanse grens, naar Santiago de Compostella: als toegift
lopen er velen dan nog door naar de oceaan
bij Finisterre; het einde van het land, om er hun schoenen of kleren
te verbranden. De spaanse Ria’s hebben me
al getrokken vanaf mijn jeugd, dus ik naar Ria de Muros, de meest
noordelijke van de drie.
...................................................Lees verder naar Spanje--Portugal.......