In maart 2006 kwam ik terecht op het Malesische eilandje Palau Penang,
de westkust van dit eiland is toeristisch.
Ik wilde graag met een vissersboot mee, een dagje, om te zien wat ze
doen om wat voor vis te vangen.
De Oostkant van het eiland is dun bevolkt en ik ben met een taxi naar
het doodlopende eind van de weg gereden.
Verkennend wandelingetje over het strand gemaakt en er lagen een stuk
of dertig bootjes, ze lagen op de zeebedding; wat verderop waren
mensen schaaldieren aan het zoeken. Op het strand stonden een stuk of
tien hutjes met vismaterialen: netten, boeitjes, staken, stukken
piepschuim…
In het bijbehorende dorpje was een tentje open waar thee en eten
geserveerd werden, zodoende zat ik om half negen aan een maaltijd met
veel te veel sambal en vis en zeegroenten: zeekomkommer of zo. En thee
natuurlijk.
Binnen vijf minuten had ik kontakt met een visser, Teik (uitgesproken
als thee), ik denk dat ik de eerste vreemdeling was sinds lang. Je
houdt het niet voor mogelijk, maar om kwart voor negen had ik het voor
elkaar dat ik meekon ‘s middags om vier uur, als hij met opkomend tij
uitvoer.
Ho Kan Lang People
Die dag op het strand doorgebracht, gezwommen, gekeken en gepraat
voorzover taalverschillen dat toestonden. De bevolking van het dorp
zijn Ho Kan Lang people, een geheel chinese nederzetting. Ze vissen
hier al van vele generaties en de grote tsunami van twee jaar daarvoor
had hun gehele vloot vernield. Van de overheid hadden de vissers het
aanbod gekregen om 20.000 Ringit ( 4 ringit = 1 euro) renteloos te
lenen, er waren dus allemaal dezelfde polyester boten daar, 8 X 2,2
meter met twee luchtkasten, we voeren met een 60 PK buitenboordmotor.
Een uur racen als een speedboot naar de visgronden en daar ging dat
hele lange net overboord, 600 meter werd achteruitvarend uitgezet, af
en toe kwam er een golfje over de spiegel en over de motordrijver
Cham: normaal zijn ze met twee personen volbemand. Ik vroeg me af hoe
ze dat doen met meer wind, want het waaide 3 bft en de zee zag eruit
als een rustig ijsselmeer. Het is een staand net, 2.5 meter hoog met
drie boeitjes aan de oppervlakte, de ondersim is verzwaard met ringen
van beton, ze wegen een paar honderd gram ieder, en drijvertjes aan de
bovenlijn.
Schafttijd
Toen was er tijd om te eten, rvs stapelpannetjes, met ook voor mij
rijst, vis en zeegroenten; veel chinezen zijn ongezond, hebben kromme
botten en huidproblemen, ze eten dat ook niets anders dan dit. Benzine
werd bijgevuld en nog een uurtje wachten om vis de kans te geven het
net te vinden. Er was een hele vloot gelijksoortige scheepjes om ons
heen, wel prettig, want er was weinig aan boord dat met veiligheid te
maken heeft, geen marifoon, vuurpijlen, stakellichten, zoeklicht,
boordlichten, zwemvesten en reddingboei, bij navraag bleken ze geen
van beiden te kunnen zwemmen. Teik had wel een mobieltje bij zich.
Ook voor navigatie waren ze niet geweldig uitgerust, kompas, gps,
verrekijker waren niet aan boord, maar ja, we waren gekomen om te
vissen, nietwaar?
Intussen was het donker geworden, daar houden vissers van: in het
donker laten vissen zich veel gemakkelijker vangen. Er was een TL
buis, rechtstreeks met krokodilklemmetjes op een accu voor licht bij
het halen van het net; het was het enige licht aan boord. Toen de
ketting van het hydrauliekmotortje gespannen moest worden gaf mijn
koplampje het licht!
Halen
Met een hydraulisch wiel voorop de boot, aangedreven door een
benzinemotortje, werd het net binnengehaald. Teik op het voordek en
Cham in het midden met een schepnet, hoewel het water 30 meter diep
was gingen er nogal wat vissen vandoor als ze aan de oppervlakte
kwamen, Cham moest dan de buit die soms al wegzwemt, snel binnenhalen.
En hij stapelde al die betonnen ringetjes van 20 cm doorsnee op; hele
stapels waren het.
Na ongeveer twee uur werk hadden we de boel binnenboord, we hadden nog
problemen met het net van een buurman: netten over elkaar! De krabben
hielden het meeste op, met al die poten verward in zo’n net, dat is
niet nix! We kwamen thuis met een emmer vis, en een stel krabben en
een geep.
Boter bij de vis
Nog net op tijd, het water was nog net niet helemaal weggeebt,
bereikten we het strand. Zijn vrouw en zijn zus stonden al klaar om de
vis naar huis te brengen en daar waren ook de kopers al: emmers en
geld in de hand!
Vis werd gewogen, schoongemaakt en meegenomen; het laatste restje wat
er niet direkt verkocht werd bracht Teik weg zodat het de volgende dag
op de markt kwam.
Eindresultaat was een verbruik van 30 liter benzine en vangst van 15
kilo vis, geen slechte score in vergelijking met Urkers die door de
band genomen 4 liter diesel verstoken voor 1 kilo vis!
Dagopbrengst was ongeveer 600 Ringit(150 euro), Teik was tevreden!
De afterparty,
dat was het leukste, zoals wel vaker! Mey, de dochter van Teik, 24
jaar en de enige die de engelse taal machtig is, kwam ten tonele; de
krabben werden gekookt, de tafel werd dichtgelegd met kranten en ik
kreeg een lesje in krab-eten!! Geweldig!
Na een douche die nacht geslapen in een strandstoel, geplaagd door
muggen en onbekende geluiden.
En de volgende morgen werd ik achterop de motor door Teik weggebracht
naar de dichtstbijzijnde bushalte.
Teik ging die dag vissen op prawns, garnalen dus.
Gastvrijheid
Geweldig, de gastvrijheid van de mensen, ik mocht niet betalen voor
het meevaren, werd verzorgd met eten en thee. Bij het krabeten beging
ik nog een behoorlijke blunder: op de vraag wat ik wilde drinken zei
ik dat een biertje er wel in zou gaan; er ontstond een discussie in
het chinees tussen hem en zijn zwager, toen ik zei dat ik eigenlijk
toch liever thee had was het leed al geschied en ging Teik een biertje
voor me kopen bij het restaurantje.
Hoe het gekomen is
Ik kwam in dit vissersdorp terecht omdat ik met een laser een
wedstrijdserie van vijf dagen ging zeilen in Sail the (Arabische)
Gulf: mijn zus woont in Qatar en zo maak ik een familiebezoek terwijl
ik aan het sporten ben!
Vandaaruit ben ik doorgevlogen naar Maleisie, Kuala Lumpur waar mijn
vriend Remko Hottentot woonde en werkte. Ik ken Remko omdat hij als 15
jarige matroos aan boord van de Avontuur meevoer; hij heeft zich
daarna geschoold tot machinist grote vaart en heeft zich nu opgewerkt
tot surveyor bij Loyds Register; hij houdt zich bezig met veiligheid
betreffende olie, gas, tankers, booreilanden, haven- en
overslagfaciliteiten over de gehele wereld.